Noordbrabants Historisch Jaarboek

Het Noordbrabants Historisch Jaarboek bevat artikelen op het gebied van de Brabantse geschiedenis.

Cover Noordbrabants Historisch Jaarboek 2020
Het Noordbrabants Historisch Jaarboek bevat artikelen op het gebied van de Brabantse geschiedenis. Prof. dr. Arnoud-Jan Bijsterveld is voorzitter van de redactie. 

De jaarlijkse uitgave is een samenwerking tussen de Stichting Zuidelijk Historisch Contact, de Leerstoel Cultuur in Brabant (aan Tilburg University), Erfgoed Brabant en de Historische Vereniging Brabant. 

Via de website van Uitgeverij Zuidelijk Historisch Contact kunt u de Jaarboeken bestellen.

Uitgave 2020 met speciale podcast-aflevering

Vanwege de coronamaatregelen was het niet mogelijk het Jaarboek 2020 tijdens een fysieke bijeenkomst te presenteren. Ter vervanging is er een speciale Brabants Erfgoed-podcast gemaakt. Presentator Robin Hoeks heeft auteurs Gerard van Gurp en Christ van den Besselaar geïnterviewd over de onderwerpen van hun artikel. Klik hier om naar de podcast te gaan.

In het Noordbrabants Historisch Jaarboek 2020 zijn de volgende artikelen opgenomen: 

Hans Witmer

Een van de auteurs is Hans Witmer die stelt dat een mogelijke ommuring van de Markt in ’s-Hertogenbosch een onderdeel was van het ‘jachthuis’ of de versterking van de hertog. Indien juist, heeft deze hypothese grote consequenties voor ons inzicht in de ouderdom en oudste ruimtelijke structuur van de stad. In een discussiedossier reageren enkele collega’s met archeologische, bouwhistorische en geschiedkundige kennis op Witmers stellingen.

Peter Alexander Kerkhof

De oude discipline van de naamkunde krijgt een nieuwe impuls nu jongere wetenschappers met nieuwe inzichten naar plaats- en akkernamen kijken. Zo analyseert dr. Peter Alexander Kerkhof aan de hand van voorbeelden uit de regio rond Roosendaal het voorkomen van het element saer(t) in Brabantse toponiemen. Kerkhof beargumenteert dat dit element een ontlening aan het middeleeuwse Frans kan zijn, namelijk het woord sart, dat ontgonnen terrein betekent. Dat leert ons iets over de bestuurlijke en administratieve betrekkingen tussen noord en zuid in de middeleeuwen.

Jan Sanders

Het lang veronachtzaamde archief van de oudste bisschoppen van ’s-Hertogenbosch over de jaren 1559-1632 bevat onder meer een bisschoppelijk vonnisregister over de jaren 1597-1615. Het getuigt van de rechterlijke bevoegdheid van bisschop Masius en zijn gedelegeerden in zaken die huwelijkswetgeving en moraliteit betreffen. Dr. Jan Sanders put uitgebreid uit deze bron en geeft hiermee een levendig beeld van de overtredingen van kerkelijke voorschriften en het arsenaal aan straffen dat de bisschop tot zijn beschikking had.

Gerard van Gurp

Dr. Gerard van Gurp heeft zich als kenner van de verhoudingen tussen katholieken en gereformeerden en van de lokale economie in Brabant ten tijde van de Republiek verdiept in het hoogoplopende geschil tussen de katholieke en protestantse leden van het stadsbestuur in Eindhoven aan het begin van de achttiende eeuw. In de regel konden die goed met elkaar overweg omdat ze een (economisch) belang hadden bij religievrede. Deze casus is een mooi voorbeeld van de religieuze accommodatie die zo kenmerkend is voor Noord-Brabant in de Generaliteitsperiode.

Judith Geudens

 De geschiedenisstudente Judith Geudens werkte haar bachelorthesis om tot een artikel over de vraag of men er in Noord-Brabant aan het begin van de jaren 1830 andere meningen over de toenmalige ontwikkelingen in België op na hield dan in de noordelijke provincies. Hiervoor vergeleek zij de berichtgeving en commentaren in twee Brabantse kranten naar aanleiding van de Belgische omwenteling in 1830, de Tiendaagse Veldtocht in 1831 en het beleg van Antwerpen in 1832. Zij ziet dat de Noord-Brabantse positie zich gaandeweg ontwikkelde van angst over het verlies van de zuidelijke provincies naar een keuze voor de kant van de noordelijke gewesten. Het artikel draagt bij aan onze kennis van de Nederlandse natievorming in de negentiende eeuw. Het laat iets zien van de lastige weg die Noord-Brabant doormaakte om zijn plaats te vinden in het nieuwe, kleinere Koninkrijk der Nederlanden.

Christ van den Besselaar

Omroep Brabant begon in 1976 vanuit een studio in Eindhoven met de eerste radio-uitzendingen voor de regio Zuidoost-Brabant. Dit experiment had een lange aanloop en ook de daaropvolgende ontwikkeling naar een volwaardige radio- en televisiezender was er een van lange adem. Christ van den Besselaar, zelf oud-medewerker van ‘d’n Omroep’, beschrijft de pioniersfase van het mediabedrijf, met veel aandacht voor de politieke en financiële hindernissen die moesten worden genomen en voor de betekenis van netwerken en personen, bovenal de eerste directeur-hoofdredacteur, Jacques Grijpink (1925-2003). Hij liet bij zijn vertrek in 1986 een volwassen organisatie achter. Desondanks, en ondanks een snelle populariteit en een trouw luisteraarspubliek, vonden regionale uitzendingen in andere regio’s pas in 1989 plaats; in 1997 volgde Omroep Brabant TV.

Het Noordbrabants Historisch Jaarboek wordt afgesloten met een kroniek waarin recent verschenen publicaties die de Brabantse geschiedenis betreffen, worden besproken. De publicaties zijn verschenen als afzonderlijke studies, in regionale of andere reeksen of in lokale jaarboeken en tijdschriften.