Pilot ‘Digitaal ontsluiten van Brabants dialect’

Voor het vastleggen van het Brabants dialect zijn er veel mogelijkheden, zoals het schrijven van verhalen, het samenstellen van woordenboeken en het maken van audio-opnamen. Middels digitalisering is het tegenwoordig mogelijk om deze data duurzaam op te slaan én eenvoudig met elkaar te vergelijken. Tijdens de pilot ‘Digitaal ontsluiten van Brabants dialect’ onderzoeken Erfgoed Brabant en drie erfgoedinstellingen welke invulvelden nodig zijn bij het beschrijven van dialect én welke instructie bij deze velden moet worden gegeven.  

Bijeenkomst Pilot Digitaal ontsluiten van dialect november 2019, 4
Tijdens trainingen krijgt Peer Verbruggen (Team Brabant Cloud, Erfgoed Brabant) soms de vraag of dialect ook digitaal ontsloten kan worden via het collectieregistratiesysteem Memorix Maior. Door dialect te digitaliseren blijft het bewaard voor de toekomst, maar door het met Memorix Maior vast te leggen, is het ook mogelijk om verschillende Brabantse dialecten eenvoudig met elkaar te vergelijken. Door de vastgestelde invulvelden in het collectieregistratiesysteem wordt alles uniform beschreven én kan de data naast de gegevens van andere erfgoedinstellingen op de portal Brabantserfgoed.nl worden getoond.

De mogelijkheid voor het ontsluiten van audiobestanden bestaat al in Memorix Maior, maar voor het beschrijven van dialect – klanken, woorden, liedjes, spreekwoorden, etc. – is de bestaande hulptekst voor de beschrijvingsvelden niet toereikend. Om een goede hulptekst te maken besluit Peer een pilot te starten waarin met erfgoedorganisaties en dialectspecialist Jos Swanenberg wordt onderzocht welke invulvelden nodig zijn bij het beschrijven van dialect én welke instructie bij deze velden moet worden gegeven.

Op de foto vanaf linksvoor met de klok mee: Martien van de Tilaart, Nelly de Groot, Jeanne Franke, Jos Swanenberg, Jan Luysterburg, Remonda Clarijs, Yoïn van Spijk, Peer Verbruggen. 

 

“Dialect is onze moedertaal”

Heemkundekring Zuidkwartier, Heemkundekring ’t Hof van Liessent en Stichting Langstraats in Woord en Beeld worden gevraagd aan de pilot deel te nemen. De deelnemers zijn stuk voor stuk mensen voor wie dialect een belangrijke rol in hun leven speelt. De zussen Nelly de Groot en Jeanne Franke van Heemkundekring ’t Hof van Liessent zeggen dat zij met dialect zijn opgegroeid. Jeanne: “Dialect is letterlijk onze moedertaal.” Voor Yoïn van Spijk (voorzitter Stichting Langstraats in Woord en Beeld) heeft dialect ook altijd een plek in zijn leven gehad: “Het Drunense dialect is de taal van mijn grootouders, oudooms en oudtantes. Als kind was ik heel graag in hun buurt. Het was altijd gezellig en er werden sterke verhalen verteld. Door die fijne tijd ben ik hun taal gaan associëren met warmte en gezelligheid. Maar dat niet alleen: al sinds de middelbare school ben ik gefascineerd door talen en grammatica. Dialect is voor mij een combinatie van fijne jeugdherinneringen en interessant onderzoeksmateriaal.”

Aan de slag met het beschrijven van dialectwoorden

Bijeenkomst Pilot Digitaal ontsluiten van dialect november 2019, 5
De bijeenkomst met Jos Swanenberg en de drie erfgoedorganisaties vindt plaats in november 2019. Gestart wordt met een gesprek over de verschillende vormen van dialectuiting die in Memorix Maior kunnen worden vastgelegd, onder andere klanken, gedichten, spreekwoorden en verhalen. Vervolgens gaan de deelnemers zelf aan de slag met het invoeren van dialectwoorden in Memorix Maior. Bij het bewaken van de uniformiteit van de beschrijvingen spelen de vastgestelde invulvelden een rol, maar net zo belangrijk is de hulptekst waarin staat hoe de velden moeten worden ingevuld. Vóór aanvang van de bijeenkomst heeft Peer een eerste versie van een hulptekst gemaakt. Wanneer de deelnemers zelf aan de slag zijn met het beschrijven van dialectwoorden blijkt hoe nuttig deze hulptekst is, maar dat de invulvelden nog steeds veel vragen en discussie oproepen: “Moet een zelfstandig naamwoord (bij de beschrijving van een dialectwoord) als enkelvoud of meervoud worden opgenomen?”; “Moet in de titel van het record het dialectwoord of het woord in Standaardnederlands worden genoemd?”; “Moet je bij de beschrijving van een dialectwoord ook een voorbeeldzin opnemen?”; etc. 

“Helaas ziet het er slecht uit voor de dialecten”

Yoïn: “Dialecten zijn belangrijk erfgoed. Ze bestaan al veel langer dan het kunstmatige Standaardnederlands. Helaas ziet het er slecht uit voor de dialecten. Steeds meer mensen ruilen hun dialect in voor het Standaardnederlands. Ondertussen gaat het dialect zelf steeds verder op in het Nederlands, totdat we straks misschien niet meer overhebben dan Nederlands met een Brabants sausje. Voordat het zover is wil ik helpen om te documenteren wat er te documenteren valt.” Het belang van het vastleggen van dialect voor de toekomst onderstrepen alle deelnemers, maar iedereen zegt dat ze ook met dialect bezig zijn omdat ze het leuk vinden. Jan Luysterburg (Heemkundekring Zuidkwartier): “Met het enthousiasme van onze heemkundekring proberen we ook over te brengen dat dialectbeoefening gewoon leuk is.” De deelnemers zijn allen druk met het propageren van dialect. Zo heeft Jan verschillende publicaties op zijn naam staan, is hoofdredacteur van het kwartaalblad “Brabants”, maakt een radioprogramma, is organisator van het Dialectcafé, en doet nog veel meer.

In 2020 kan iedereen aan de slag met het digitaal ontsluiten van dialect

Naar aanleiding van de uitkomsten van de bijeenkomst past Peer de hulptekst voor de invulvelden aan. Afgesproken wordt dat de pilot-deelnemers met de nieuwe hulptekst aan de slag gaan met het invoeren en beschrijven van dialect. Zaken waar ze tijdens het beschrijven tegenaan lopen of over twijfelen, koppelen ze terug naar Peer. In 2020 zal de definitieve hulptekst online worden geplaatst.

 

Dialect in de media