Interview met Bart van den Akker van HomeComputerMuseum

Onderdeel van programma Faro, onderzoek naar erfgoedgemeenschappen

Wat is uw achtergrond?

Hoofdzakelijk heb ik mijn carrière in de IT gehad, als systeem- en netwerkbeheerder. Als hobby heb ik muziek en oude computers en de geschiedenis hieromheen. Als kind ben ik veel in aanraking gekomen met interactieve musea. Ik kwam vaak bij het automuseum Autotron in Rosmalen en het Evoluon in Eindhoven. Voor mij waren dit de leuke musea, waar iets te doen was. Mijn verzameling computers is al vroeg begonnen, ik was een jaar of 10 toen ik mij al bezighield met oude computers. Uiteindelijk heb ik ook computermusea bezocht, waar ik had verwacht dat het een doe-museum zou zijn en niet zozeer een kijk-museum. Echter viel dit behoorlijk tegen. Ik heb geprobeerd om een samenwerking met deze partijen te beginnen, maar toen daar niet op werd ingegaan, ging ik het zelf doen. Met mijn zakelijke achtergrond - ik ben kleine zelfstandige in het systeembeheer en muzikant - heb ik een bedrijfsplan samengesteld. Een plan voor een interactief computermuseum waarbij het bedrijf voor zijn eigen inkomsten zorgt. Een stuk participatie wegens mijn interesse en deels opleiding tot creatief therapeut, waarbij ik ook in mijn loondiensttijd veel te maken heb gehad met mensen met een autisme spectrum stoornis en ik goed overweg kan met deze mensen. Bij dit laatste viel vooral op dat er weinig bedrijven weten hoe je optimaal met deze mensen om kan gaan waardoor deze mensen ook vaak in de problemen kwamen. Als laatste ook een stuk commercieel, verkoop en reparatie. De kennis van computers is toch in huis, dus waarom hier geen gebruik van maken? Met het gemaakte bedrijfsplan stapte ik naar de gemeente Helmond en de bal is gaan rollen.

Hoe is het museum tot stand gekomen?

Er kwamen twee ambtenaren van de gemeente Helmond op bezoek. Ik weet het nog als de dag van vandaag, zij begonnen het gesprek met: "Wij hebben niets met computers." Dat leek me een goed begin! Ik heb mijn plan aan hen verteld en heb hen een deel van mijn collectie laten zien, dat in de garage stond. Ik heb ze laten zien wat ik bedoelde met een interactief computermuseum. Het interactieve was voor mij heel belangrijk: de computers moeten aanstaan, ze moeten werken. Het zijn gebruiksvoorwerpen. De ambtenaren waren vrij snel overtuigd dat dit museum iets kon zijn en begonnen praktisch te denken. Alleen bleek de gemeente geen panden meer in bezit te hebben waar ik langere tijd gebruik van kon maken. Ook wilde ik niet weggestopt worden aan de rand van de stad. Ik wilde in het centrum zodat ik met het museum Helmond op de kaart kon zetten. Dat mensen zeggen: "Wij gaan naar Helmond voor het HomeComputerMuseum." Helmond staat bij de meesten niet op de kaart voor een dagje uit en dat vind ik jammer. Met het museum kon ik de gemeente daarin ondersteunen: mensen naar Helmond halen, binnen Helmond toerisme stimuleren en daarmee meer inkomsten voor ondernemers genereren. Daarnaast wilde ik een pand in het centrum om de leegstand tegen te gaan.

Hoe verliep het contact met de gemeente verder?

In het begin was de gemeente Helmond heel tegemoetkomend. Met één van de ambtenaren van destijds heb ik nog steeds goed contact, zij is helemaal overtuigd van ons initiatief. Maar het verdere proces werd later juist heel bureaucratisch. Omdat er geen panden waren, hebben ze geprobeerd ons in een verzamelpand met meer musea te zetten. Dat was zakelijk gezien een goed plan. In deze periode heeft de gemeente mij laten weten dat ik het enige museum ben zonder een fysiek museum en het advies was om alvast te beginnen. Dit liet ik mij geen twee keer zeggen en ben in de telefoon geklommen om contact op te nemen met een makelaar in de hoop dat deze het museum een kans zou geven. Hij bleek hiervan inderdaad overtuigd, evenals de eigenaar van het pand. We konden het pand huren met een ingroei-huur en we zouden het huren voor een periode van twee jaar, dit omdat we na twee jaar in het verzamelpand konden zitten. De sleutel is uiteindelijk ontvangen in januari 2018 en na een zeer intensieve en korte periode van verbouwen, opende we het HomeComputerMuseum op 17 maart 2018. Daarbij moet ik zeggen dat we wel een opstartsubsidie hebben ontvangen van de gemeente Helmond en we hadden één bedrijf dat ook substantieel geld heeft gedoneerd. Gecombineerd met geld van crowdfunding, eigen inbreng van mij en de gun-factor van bedrijven voor spullen, zoals bureaus, zijn we niet helemaal met niks begonnen. Achteraf is het bijna een wonder dat we in zeven dagen tijd van casco (zelfs zonder elektra) naar een operationeel museum zijn gegaan. Ik ben de overige vier bestuursleden, twee vrijwilligers en een handvol vrienden tot op de dag van vandaag dankbaar hiervoor.

Kunt u meer vertellen over deze beginperiode?

Kort na de opening was er door de gemeente een onderzoeksbureau ingeschakeld om te onderzoeken hoe de diverse musea konden samenwerken en hoe het zou passen in het gezamenlijke museumpand. De conclusie was dat het HomeComputerMuseum geen enkele binding had met de stad Helmond en daarom niet in dat verzamelpand hoorde. Grofweg anderhalve maand later is het hele plan van het gebouw van tafel geveegd. In december 2018 stonden we op de rand van faillissement. Er kwamen te weinig bezoekers, het pand was van binnen nog niet klaar en mijn spaargeld was al lang en breed op. Dankzij goed overleg met de schuldeisers, met name de pandeigenaar, en betalen zodra het mogelijk was hebben we het kunnen overleven. In januari 2019 ging de computerwinkel MyCom failliet. Ik heb toen aangekondigd dat computerreparaties ook door het HomeComputerMuseum konden worden gedaan. Hierop kwamen veel mensen het HomeComputerMuseum binnen voor reparatie. In dezelfde maand is de dagbesteding ook gestart en kregen we daar ook vaste inkomsten van. Dat is onze redding geweest.

Hoe zag deze omslag eruit?

In maart 2019 kwam er een bedrijf uit Eindhoven dat een ICT-dagbesteding in Helmond wilde openen. Ik gaf aan dat we dit al deden en of we konden samenwerken. Dat bedrijf vond ons plan goed maar ons pand niet, dus werd voorgesteld om het huidige pand waar we nu in zitten te huren voor het HomeComputerMuseum. Deze samenwerking is uiteindelijk op niks uitgelopen, maar wetende dat wij begin 2020 uit het pand moesten, heb ik contact gezocht met de makelaar van het pand en de uitleg gedaan wat we doen en hoe we het doen. Die vond ons plan zo goed, dat ook hier een gesprek met de pandeigenaar kwam en wij het pand mochten huren tegen een acceptabele prijs. Mede door ons sociale aspect waren zij overtuigd. Dit gaat verder dan alleen dagbesteding, werkfit-trajecten of stages. Onze commerciële tak, de verkoop van refurbished laptops, wordt gebruikt door stichting Leergeld om armere gezinnen een goede en veilige laptop te kunnen geven. We hebben dus een groot netwerk om ons heen verzameld dat betrokken is bij de stad of bij het sociale aspect dat het museum uitdraagt: dagbestedingsbedrijven, stichting Leergeld, de vrijwilligers, en dus – nu in mindere mate – de gemeente.

Welke rol speelt het museum hier specifiek in?

Het belangrijkste is in alle gevallen: het museum staat voorop. We hebben al veel mensen gehad die zeiden dat we beter als dagbestedingscentrum of computerwinkel door konden gaan maar ik ben een verzamelaar, een liefhebber van oude computers. Ik wil mensen ook dat nostalgische en zorgeloze gevoel teruggeven dat ik had als klein kind toen ik door Autotron liep. Dat geldt ook voor de computers waar ik mee begon. De eerst keer dat je een programma aanzet en iets intypt waardoor de computer naar jou luistert, dat gevoel kent iedereen. Dat is wat ik bij anderen probeer te bereiken: meer een nostalgische ervaring dan een museum. Waar ik ook sterk in geloof: als je een toekomst wil maken, moet je het verleden begrijpen.

Heeft u affiniteit met erfgoed?

Ja. Wij zijn net zo goed erfgoed. Dat is een beeld waar ik al lang voor strijdt. Als ondernemer ben ik natuurlijk op zoek naar financiën. Daarvoor heb ik ook de provincie benaderd, en dan krijg je als reactie: “Jullie zijn geen cultuur en hebben geen kunst”. Maar hoezo is computergeschiedenis geen cultuur? Wij zijn een museum dat die trend aan het doorbreken is. We hebben in 2019 de Brabantse Erfgoedprijs gewonnen, dat voelde als een erkenning. Natuurlijk is de geldprijs die je ontvangt dan leuk, maar de grootste overwinning was voor mij dat we het eerste Europese technische museum zijn dat door een overheid als cultuur is aangemerkt. Er zijn in Europa namelijk veel computermusea of mensen met een technische collectie, maar geen van hen heeft zichzelf tot cultuur of erfgoed kunnen verheffen. Wij wel. Wij zijn erfgoed en dat is bevestigd door de provincie Noord-Brabant die eerst zei dat we geen cultuur waren. De erfgoedprijs hebben we vooral gekregen door de combinatie die we maken met erfgoed, de commercie en het sociale. Wij hebben daar zo’n unieke combinatie in gevonden dat wij nu financieel zelfstandig zijn en niet afhankelijk van subsidie.

Oude computer met roze licht. Bron: Unsplash, fotograaf: Lorenzo Herrera

Oude computer type Commodore PET. Foto: Lorenzo Herrera. Bron: Unsplash.

Alle rechten voorbehouden

Wat waren uw verwachtingen toen u begon?

Ik hoopte natuurlijk dat de gemeente Helmond het een geweldig plan zou vinden en ons een pand zou toewijzen waar we twee jaar in konden zitten. Maar ik ben wel altijd realistisch geweest en heb er rekening mee gehouden dat hun enthousiasme misschien niet zo groot is. Ook ben ik ervan uit gegaan dat we geen subsidies zouden krijgen. Dat ik daar nu niet van afhankelijk ben, komt goed uit: op 15 maart zijn we dicht gegaan vanwege corona, net als alle musea. We waren amper 1,5 maand open op onze nieuwe locatie. Door overleg met de gemeente mochten we wel de winkel open houden en laptops blijven verkopen en repareren. Dit viel niet onder het museale. We hadden zoals gezegd al contact met stichting Leergeld waaraan we door vrijwilligers opgeknapte laptops verkopen die bij armere gezinnen terechtkomen. Dat past bij de sociale insteek van het museum, en wij hebben de kennis van computers in huis. Onze vrijwilligers zorgen dat de laptop alles nodig heeft om te werken en stichting Leergeld betaalt de kosten voor de gezinnen. Zo zijn onze missies heel erg met elkaar verweven. Dit soort activiteiten hebben ons ook door de coronacrisis getrokken en heeft er toe geleidt dat we konden investeren in het museum.

Wat zijn uw kerntaken?

Ik duw vooral het bedrijf vooruit en zorg dat het museum op de juiste plekken wordt benoemd. Natuurlijk stuur ik ook mensen aan: de juiste mensen wil ik op de juiste plekken krijgen. Ik moet ook dingen los kunnen laten. Ik denk dat dat heel belangrijk is als museumdirecteur. Onze website is bijvoorbeeld gemaakt door een bestuurslid, daar bemoei ik me niet mee. In het begin is dat lastig, maar je kunt niet zeggen: “dat is mijn computer”, of “dat is mijn collectie”. Ik denk vanuit het museum en niet vanuit mezelf. We beslissen altijd als team welke kant we opgaan. vertellen onze ideeën gewoon bij de koffieautomaat of we maken een rondje om te overleggen met de mensen die veel van een onderwerp afweten. Natuurlijk heb ik ook op punten gestaan, zoals begin vorig jaar toen het slecht ging, dat ik niet wist of ik nog wilde doorgaan. Er is één moment geweest dat ik het niet meer volhield, maar toen zei een bestuurslid die hier ook iedere dag aanwezig is: “opgeven is geen optie meer”. En daarin had hij gelijk want ik had toen al 16, 17 vrijwilligers, mensen die heel veel liefde hebben voor dit concept. Maar met het museum is het goed gekomen.

Het HomeComputerMuseum is participatiegericht. Hoe werkt dat in de praktijk?

Iedereen binnen het museum is gelijk. Ik stel mij bij grote bedrijven altijd voor als: "Mijn naam is Bart van den Akker en ik maak het toilet schoon bij het HomeComputerMuseum". Zo sta ik erin. Ik ben niet méér dan iemand die vooraan zit bij de kassa van het museum of die achteraan bezig is met het repareren van computers. Iedereen die hier komt werken, vertel ik dat ook. Wie hier binnenkomt als vrijwilliger, via de dagbesteding, via het re-integratie traject of als stagiair, mag meepraten. We praten openlijk over financiën en hoe het gaat met het museum. Over ideeën wordt gepraat, goede ideeën worden gewoon uitgevoerd of geprobeerd. Iedereen voelt zich ook betrokken. Zo is er iemand via de dagbesteding bij ons met de ziekte van Duchenne, hij zit in een rolstoel. Hij zegt: “overal werd ik behandeld als iemand die geestelijk niet bij is, maar hier voelt het als een verademing omdat ik als normaal mens wordt behandeld”. Dat hij in een rolstoel zit, wordt gezien maar dat is niet wat hem onderscheidt van anderen. Zo zit iedereen er ook in. Ons museum is vanaf het begin af aan gericht op participatie. Waardering is iets dat heel erg speelt. Vrijwilligers komen hier niet zomaar werken omdat het moet, ze komen omdat ze willen. Ze weten ook dat ik de enige ben die wel betaald wordt, maar dat vinden ze logisch omdat het mijn enige inkomstenbron is. Zij werken hier omdat ze het leuk vinden en achter het concept staan. Sommigen moeten, zeker in het begin, hier ook aan wennen. Maar als ze hier twee of drie keer geweest zijn, voelen ze zich hier thuis. Dat komt omdat iedereen weet dat wie hier binnenkomt, een rugzakje heeft.

Wat is er voor nodig om een participatief museum te zijn?

Waardeer iedereen die binnenkomt en hang niet meteen een label aan iemand: “jij bent een autist dus jij bent zo”. Nee! Vrijwilligers zijn verbaasd dat ik hun CV niet vraag. Maar hun CV interesseert me niet omdat dat in het verleden is. Ik kijk liever naar hoe iemand nu is, hoe iemand nu in het leven staat en waar iemand naartoe wil groeien. Het heeft te maken met openstaan voor anderen. Er zijn hier mensen die meteen vertelden dat zij een verlaagd IQ hebben. Dat maakt niet uit, het gaat erom hoe je met anderen en met je leven omgaat. Het is goed dat mensen je vertellen hoe zij functioneren, dat is essentiële informatie, maar ik kijk liever naar wat iemands potentie is.

Kunt u wat meer vertellen over de vrijwilligers?

Al onze vrijwilligers zijn op een bepaalde manier vast komen te zitten in het leven. Soms door wat er eerder gebeurd is bij bedrijven, soms door een beperking, soms door uitsluiting of door gebrek aan uitdaging bij dagbestedingen. Wij zijn een bedrijf dat iedereen accepteert als vrijwilliger. Zij hebben affiniteit met computers maar dat kan op verschillende manieren. Je kan hier terecht als je graag gamet, of als je aan computers wil sleutelen, of als je mensen graag wil helpen of een rondleiding wil geven, of als je beurzen wil bezoeken. Mensen komen uit Helmond zelf, maar ook verder weg: uit Eindhoven, Asten, Geldrop. Er zijn zelfs mensen uit het buitenland. We zijn ook een museum dat graag naar buiten treedt. We doen alles eraan om ons te laten zien. We hebben ruim 5000 volgers op Instagram, we zitten op Youtube, Linked-In, maar proberen ook met lokale ondernemers te werken en onze eigen netwerken te gebruiken. Ook de vrijwilligers hebben netwerken die ze inzetten voor het museum. Hun inzet is groot. Het is eigenlijk meer de HomeComputerMuseum-familie geworden. Dat komt omdat iedereen hier hetzelfde idee heeft: het museum moet doorgroeien, zichzelf ontwikkelen, groter worden dan het nu is.

Hoe ziet u die ontwikkeling voor u?

Ik wil meer mensen hier een salaris kunnen bieden. Hier werken veel mensen in het werk fit-traject. Zij komen uit een dagbestedingstraject en hebben een periode dat ze moeten wennen aan deze manier van werken, of ze zijn voor langere tijd uit de running geweest en moeten terug naar de werkende maatschappij via het UWV. Het liefst werk ik met deze mensen en bied ik ze na de re-integratie een baan aan. Daarnaast wil ik dat het museum onafhankelijk is op alle gebieden: ook ik moet weg kunnen vallen. Ik heb dit museum niet gemaakt omdat het Barts computercollectie is. Onafhankelijkheid is daarbij essentieel, zodat het niet afhankelijk is van één persoon maar kan blijven voortbestaan als ik wegval. Dat moet nog beter, er zijn nog veel dingen die afhankelijk zijn van wat ik doe. Daarom is het goed dat mensen die hier al lange tijd werken als vrijwilliger op een gegeven moment bestuurslid worden. We zijn totaal niet bezig met afbakenen. Mensen met goede ideeën moeten juist in het bestuur komen zodat het museum door blijft gaan. Ten slotte ben ik aan het onderzoeken of dit museum als franchise-onderneming andere vestigingen in het buitenland kan openen. In elk land zou ik een HomeComputerMuseum willen hebben dat lokaal wordt gerund door mensen, met hetzelfde concept als hier: sociaal, commercieel en museaal. We hebben daarom een Europees merkrecht aan gevraagd: het HomeComputerMuseum moet een merk worden.

Welke rol speelt het publiek binnen het museum?

Zowel op werk als in mijn vrije tijd ben ik actief op internet. Ik post foto’s op Instagram en Facebook en dat gaat naar de groepen die geïnteresseerd zijn. Daar komt een verhaal bij, niet alleen reclame maar ook informatie en vooral open zijn over wat we doen. Dat levert internationaal veel aandacht op. In het museum zelf hebben we veel kleine bordjes staan met behapbare informatie over wat je wil weten van de computers. We ontwikkelen een app die je kan gebruiken als je door het museum loopt voor meer achtergrondinformatie als je daar interesse in hebt. We hebben grote borden met informatie over de merken en items. De computers staan ook allemaal aan en hebben spellen of programma’s erop. Bezoekers worden uitgenodigd om erachter te gaan zitten als ze dat willen. Ten slotte is er een arcade en een winkel. Bezoekers lopen rond en beginnen soms spontaan dingen te vertellen, over hoe ze mee hebben gewerkt aan iets of wat ze met de computer deden. Zo blijkt dat iedereen wel ergens een verhaal bij heeft. Prachtig!

Welke rol spelen de vrijwilligers in het museum?

De ontvangst in het museum gebeurt door de vrijwilligers. Ze vinden het leuk om mensen welkom te heten met de nodige humor en informatie te geven. Sommigen zijn diepgaand geïnteresseerd in dingen en delen graag de verhalen. Zelfs de mensen die heel nerveus waren op hun ‘sollicatiegesprek’ zijn helemaal opgebloeid en durven onbekende mensen aan te spreken met hun verhalen. Het is voor iedereen een veilige plek waar ze kunnen praten over hun hobby. Je ziet dan dat mensen die door de maatschappij als onsociaal worden gezien, hier juist heel sociaal zijn omdat hier allemaal mensen met dezelfde achtergrond lopen. Een ander belangrijk punt is, zeker onder mensen met autisme, dat er hier geen stress is. Als een computer uitvalt geeft het niet, dan vervangen we hem gewoon. Druk is iets waar veel mensen problemen mee hebben: als je zegt dat iets morgen af moet, gaat het fout. Hier hebben we die druk niet omdat we goed plannen en omdat het museum gewoon kan draaien wanneer de computers aanstaan. De bezoeker maakt het niet uit als er één of twee computers uitstaan. Dat maakt het makkelijk. We hebben hier - helaas - ook geen honderden bezoekers rondlopen, maar aan de andere kant bestaan we pas twee jaar.

Wat zou u willen verbeteren?

Ik zou meer bezoekers willen hebben. Het zou mooi zijn als er ook op andere niveaus dan we al hebben, aandacht wordt besteed aan het museum. Het is fijn dat de landelijke overheid [de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed] aandacht aan ons besteedt, dat kunnen wij ook teruggeven aan onze achterban. Het gaat om meer zichtbaarheid, ik denk dat dat het enige is. We doen alles om meer zichtbaar te worden. De media is dol op ons hier in de omgeving, er komen regelmatig artikelen over ons online. Maar ik zie het liefst dat er een rij mensen voor onze deur staat maar dat zal nog wel even duren. De meeste musea zullen dit wel herkennen, maar we hebben ook niet veel lokale bezoekers. Lokale mensen die van computers houden hebben ons allang gevonden, het wordt lastig om mensen te bereiken die die liefde niet hebben maar die als zij hier binnen zouden komen wel die nostalgie zouden ervaren. Daarom is het fijn dat wij onafhankelijk zijn en dat corona ons de kans gaf om te gaan ondernemen. Wat ik ooit nog hoop te bereiken is dat de huidige museumwereld dat ook inziet, dat musea ook gewoon bedrijven zijn die moeten ondernemen in plaats van afhankelijk te zijn van subsidies. Je moet zelf ondernemen, je kunt niet zeggen dat dat niet gaat want dat gaat wel. Wij zijn het bewijs. Misschien komt dat ook doordat ik uit de muziekwereld kom, daar heb je helemaal geen subsidies en moet je voor weinig inkomsten keihard werken. Voor elk museum is er een commercieel plan te bedenken. Het gaat er niet om dat je winst maakt, het gaat erom dat je geen subsidies hoeft aan te vragen. Ik wil meer musea duidelijk maken dat het op deze manier veel beter kan, dat je het sociale en het commerciële deel kan combineren. Je kan heel goed samenwerken met mensen in een dagbesteding, dat zijn heel intelligente mensen. Ze hebben alleen een iets andere visie op de wereld op een sociaal niveau. Daar moet je mee weten om te gaan, onder andere door stressfactoren weg te nemen. Ik deel die informatie graag. Het is echt geen rocket science, het is gewoon logisch nadenken, als een ondernemer.

Interview met Bart van den Akker, oprichter en directeur van het HomeComputerMuseum in Helmond.
Rianne Walet, juli 2020.

Klik hier om de website van het HomeComputerMuseum te bezoeken.