Dialect lesidee

groep 6, 7 en 8

Lesidee over dialecten en accenten waarbij leerlingen familie interviewen

Tekening van huisjes en spreekwolkjes, horende bij de cursus 'Wat je zegt ben je zelf'. Bron Erfgoed Brabant.

Nodig: internetverbinding en digibord

Introductie

Hoeveel talen spreek jij? Mensen spreken vaak meer talen dan je denkt. Bijvoorbeeld omdat iemand thuis een andere taal speekt dan in de klas, of omdat je op vakantie in het buitenland wat woorden hebt geleerd. En ook Nederlands is niet overal hetzelfde. Zo zeggen mensen in Brabant vaak 'Houdoe!' als ze weggaan, maar doen mensen in Groningen en Amsterdam dat niet. Dat komt doordat het Nederlands dialecten heeft. Daaraan kun je horen waar iemand vandaan komt. Dialecten bestaan vaak al heel lang. Soms lijken woorden in dialect op het Nederlands, maar soms ook helemaal niet. 

Werkvorm

Hoeveel talen spreken de kinderen in de klas? Op hoeveel manieren kunnen jullie 'hallo!' en 'tot ziens!' zeggen? Noteer alle vertalingen van deze woorden op het bord.

Ken je woorden uit je dialect? 
Kennen de leerlingen woorden uit het dialect? Laat de leerlingen de woorden die zij kennen opnoemen met een eventuele vertaling. 

Opdracht: Laat leerlingen die een opa en oma hebben die in de buurt wonen en die daar ook vandaan komen, interviewen. Zij kunnen vragen naar woorden uit het dialect van vroeger die nu niet meer gebruikt worden.
Laat de leerlingen in groepjes interviewvragen bedenken.