Erfgoedcollege: Gender en geschiedschrijving

Online collegereeks

€5,-

Tijdens de vier erfgoedcolleges bekijken we, aan de hand van vier erfgoedthema’s, hoe in- en uitsluiting van bepaalde groepen mensen in Brabant heeft plaatsgevonden.

In het najaar organiseert Erfgoed Brabant weer vier erfgoedcolleges. Tijdens deze erfgoedcolleges bekijken we, aan de hand van vier erfgoedthema’s, hoe in- en uitsluiting van bepaalde groepen mensen in Brabant heeft plaatsgevonden. Welke rol spelen en speelden niet-overheidsinstellingen in armoedeverlichting? Wat betekende en betekent het om als arbeidsmigrant in Brabant te werken? Hoe zit het met de vrouwelijke stem in de geschiedschrijving van Brabant? En welke sporen laat het koloniaal verleden van Brabant na in het erfgoed van onze provincie? Deze thema’s belichten we telkens vanuit de geschiedenis en vanuit de actualiteit.

Praktische informatie

  • Vanwege Covid-19 bieden we de colleges online aan. Ook tijdens de online colleges kunt u uw vragen aan de sprekers stellen.
  • Data en tijden: 
    • 24 september 2020, 15:00-16:30: 'Arbeidsmigratie'
    • 29 oktober 2020, 15:00-16:30 uur: 'Koloniaal verleden in Noord-Brabant'
    • 25 november 2020, 15:00-16:30 uur: 'Gender en geschiedschrijving'
    • 17 december 2020, 15:00-16:30 uur: 'Armoede in Brabant'
  • De kosten zijn €5,- per college. 
  • U kunt zich aanmelden voor een of meerdere colleges door een mail te sturen naar info@erfgoedbrabant.nl, onder vermelding van het aantal colleges waaraan u wilt deelnemen, uw naam, uw mailadres en uw postadres. U krijgt vervolgens een ontvangstbevestiging met informatie over het bijwonen van het college. De factuur ontvangt u in een aparte mail.  

'Gender en geschiedschrijving'

De geschiedschrijving kent nog veel onvertelde en onderbelichte verhalen. Zo ontbreken nog vaak de verhalen van vrouwen. Wat betekende en betekent gender voor je aan- of afwezigheid in de geschiedschrijving? En welk nieuw perspectief bieden de onderbelichte verhalen van vrouwen op het verleden?

Drs. Susanne Neugebauer (archivaris van Atria) vertelt over de rol van erfgoed (in de vorm van objecten en documenten) bij het bewaren en doorgeven van het gedachtengoed van de beweging rond het vrouwenkiesrecht en vrouwenemancipatie. Zij richt zich hierbij op de periode van het interbellum en de Tweede Wereldoorlog. 

Dr. Liesbeth Hoeven gaat meer specifiek in op het onderbelichte verhaal van vrouwen in de geschiedschrijving van Brabant. Zij onderzoekt dit aan de hand van de geschiedenis van vrouwen in het Tilburgse verzet in WOII.  Wat was de positie van deze vrouwen en waarom bleef hun rol zo lang onderbelicht in de geschiedschrijving? Liesbeth Hoeven is cultuurwetenschapper en gespecialiseerd in storytelling en herinneringserfgoed.

'Armoede in Brabant'

Helaas is er nog steeds sprake van armoede in Brabant. Zowel in deze tijd als in het verleden zetten niet-overheidsinstellingen zich in om de positie voor armen te verbeteren. In dit college richten we ons op de rol van de kerk en het initiatief Quiet.

Religieuzen verbeterden bijvoorbeeld vanaf de twintigste eeuw de sociale mobiliteit van arme Brabanders door onderwijs toegankelijk te maken voor alle kinderen. In Noord-Brabant, vanaf de zeventiende eeuw een arme provincie, begint onderwijs pas echt te toegankelijker te worden in de eerste helft van de twintigste eeuw. Dankzij de inspanningen van religieuzen is er eindelijk de mogelijkheid om door te leren. Marleen Reichgelt (promovendus Radboud Universiteit Nijmegen en archivaris Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven) gaat in op de rol van kloosters en onderwijs.

Quiet, begonnen als een Tilburgs initiatief en bekend van de Quiet 500, zet zich sinds 2013 in voor mensen in armoedesituaties door onder andere te investeren in lokale netwerken. Ralf Embrechts (oprichter en ambassadeur Quit) vertelt over de drie speerpunten van Quiet: vertellen, verzachten en versterken met onder andere als doel om de effecten van armoede voor kinderen in Brabant te verzachten.

'Arbeidsmigratie'

In hoeverre zijn arbeidsmigranten in Brabant een nieuw fenomeen? Wat betekent het voor arbeidsmigranten om in een nieuwe gemeenschap te komen? En hoe is dat voor een ontvangende gemeenschap?

Eeuwenlang was Noord-Brabant eerder een emigratie- dan een immigratiegebied. Bestemmingen waren eerst het rijke Holland en later Amerika. Pas met de industrialisatie en de verschuiving van de huisweverij naar de steden ging dit veranderen. De nieuwe fabrieken trokken niet alleen arbeiders uit de dorpen aan, maar ook specialisten van buiten de provincie en van buiten het land. Na een korte maar massale instroom van Belgen tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de immigratie van industriearbeiders steeds belangrijker. Dat wordt duidelijk uit de geschiedenis van industriesteden zoals Tilburg en Breda, maar voor alles Eindhoven met de Philips-fabrieken.

Wederzijdse aanpassing van met name Spanjaarden en Turken enerzijds en de (dikwijls heel recente!) Eindhovenaren anderzijds kenmerken de geschiedenis van de lichtstad in de laatste zestig jaar. En daarmee stopt het niet, zoals de grote instroom van immigranten van over de hele wereld in verband met de Technische Universiteit en de nieuwe bedrijven als ASML bewijzen. Prof. dr. Jan Lucassen laat zien dat Eindhoven en Brabant kunnen leren van meer dan een eeuw migratie- en integratiegeschiedenis.

Dr. Marleen van der Haar spreekt over recente Poolse arbeidsmigranten in de Brabantse samenleving. De afgelopen tien jaar is het aantal arbeidsmigranten in Noord-Brabant verdrievoudigd. In 2018 waren ruim 92.000 buitenlandse werknemers (geen expats en werkzaam/woonachtig in Nederland vanaf 2004) werkzaam voor een Brabantse werkgever. Bijna twee derde van deze groep heeft een nationaliteit uit een van de elf landen in Midden- en Oost-Europa, voornamelijk uit Polen. De grootste groep arbeidsmigranten heeft een instabiele en kwetsbare arbeidspositie; deze werknemers werken als uitzendkracht, voor een laag uurloon, op een tijdelijk contract. Wat betekent deze kwetsbare arbeidspositie voor hun plek in de Brabantse samenleving? Door werk- en woonomstandigheden leiden arbeidsmigranten en bewoners van Brabantse gemeenten vaak parallelle levens. Op de beleidsagenda van Brabantse gemeenten staat met name de huisvestingsproblematiek – met extra urgentie ingegeven door COVID-19. De impact op sociale samenhang en bijbehorende integratievraagstukken krijgen veelal nog te weinig aandacht. De geschiedenis laat zien dat deze van cruciaal belang zijn om te komen tot een inclusieve samenleving.        

Prof. dr. Jan Lucassen is emeritus-hoogleraar aan de Vrije Universiteit en als onderzoeker verbonden aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam. Hij is een specialist op het gebied van de geschiedenis van arbeid en arbeidsmigratie. Van zijn hand verschijnt in het voorjaar een wereldgeschiedenis van het werk.

Dr. Marleen van der Haar, adviseur-onderzoeker bij Het PON,  doet voor gemeenten en provincie onderzoek naar het hedendaagse arbeidsmigrantenvraagstuk in Brabant. 

'Koloniaal verleden in Noord-Brabant'

Het erfgoed van het koloniale verleden en slavernijverleden van Nederland wordt de laatste jaren kritisch onder de loep genomen en de discussie over hoe we hier mee omgaan is actueler dan ooit.

In dit college verkennen we hoe Brabant verweven was met het koloniale systeem. Soms ging het  letterlijk om verweving, bijvoorbeeld in het geval van de textielproducten van Vlisco. Deze verweving had niet alleen te maken met uitbuiting en verrijking, maar ook met culturele toe-eigening van het verhalenerfgoed van Afrika. Schrijver en sociaal commentator Munganyende Hélène Christelle  vertelt over deze toe-eigening van cultureel erfgoed van Afrika in Vlisco Dutch Wax

Het aangescherpte debat over het koloniale verleden heeft ook gevolgen voor hoe we tegen de representatie van historische personen uit dit verleden aan kijken. Personen die eens als ‘helden’ van het koloniale verleden werden gezien worden nu figuurlijk en soms ook letterlijk van hun voetstuk gehaald. Ook het standbeeld van de Tilburgse missionaris Peerke Donders staat al een tijd ter discussie. Drs. Petra Robben (Cultuurwetenschapper en conservator Stadsmuseum Tilburg) vertelt hoe de waardering van dit standbeeld gedurende honderd jaar sterk veranderde.